Kippenvelmoment

2015/01/img_2126.jpg

Ik ben nooit een meisjes-meisje geweest. In die zin dat schoenen er naar mijn mening vooral zijn om lekker op te lopen en tassen (bij voorkeur met Beatles- of Betty Boop-opdruk) om spullen in te mikken. Maar vandaag was de eerste dag van mijn leven waarop een tas (!) me kippenvel (!) bezorgde. En dat kwam zo…

Vanmorgen had ik een brainstorm en toen ik daarna weer achter m’n bureau zat, had ik twee gemiste oproepen van ‘pa en ma’. O nee hè, het zal toch niet…, dacht ik. Ik belde m’n vader terug en direct bleek dat mijn vrees werd bewaarheid. Onze Donna, lieve, kleine, dappere, bijna zestienjarige Donna, was er slecht aan toe. Ruim twee weken terug waren we al met haar bij de dierenarts, toch wel in de overtuiging dat we die dag voorgoed afscheid van haar zouden moeten nemen. Maar dat bleek toch niet het geval en met tranen van vreugde namen we haar weer mee naar huis. Voor, laten we zeggen, de blessuretijd, zo moesten we het maar zien.
Vandaag bleek die blessuretijd ook ten einde. Een nieuw bezoekje aan de dierenarts gaf mijn ouders de zekerheid dat we nog maar één ding konden doen: écht voorgoed vaarwel zeggen tegen ons kleine mormel.

In die afschuwelijke uren tussen het zelf eigenlijk al weten, de knoop te hebben doorgehakt en het oordeel, de geruststelling ook, van de dierenarts was ik op mijn werk. Ik had Donna maandag nog gezien, haar toen nog een extra knuffel gegeven en met terugwerkende kracht besloten dat dat mijn definitieve afscheid van haar was geweest.
Waar gewerkt wordt, moet ook worden geluncht (voor zover het tegen heug en meug wegwerken van twee bruine boterhammen daarvoor mag doorgaan) en het toeval wilde dat we vanaf onze lunchplek uitzicht hadden op een ‘korting voor Sanoma-personeel’-tassenverkoop. Toch maar even kijken dan. En ziedaar: het kippenvelmoment. De eerste tas die ik zag staan, een rode uiteraard, luisterde naar de naam… Donna! Met tranen in mijn ogen heb ik haar afgerekend.
Er zijn de rest van de dag nog heel wat tranen gevloeid (ook nu, eerlijk gezegd) en dat zal de komende tijd ook nog vaak zat gebeuren. Maar dit ‘toeval bestaat niet’-moment en de bijbehorende tas bieden toch wel een heeeeeeel klein beetje troost. Ben ik dankzij ons kleine meisje tóch nog een beetje een meisjes-meisje geworden. En is ze, op een meisjesachtige manier, toch altijd een beetje bij me.

Advertentie

We zijn begonnen (met BzV dus)!

Als je op tv een zinnetje hoort als ‘Sta je mooi dat jongvee te bestuderen?’ kan dat eigenlijk maar één ding betekenen: Boer zoekt Vrouw is weer begonnen. Eigenlijk gisteren al, maar omdat ik toen echt de dartsfinale móest kijken, had ik de ‘Yvon levert de brieven af bij de boeren’-aflevering nog in het verschiet. Altijd weer een fijn vooruitzicht.

Nou wil ik het niet meteen verpesten voor mensen die nog geen tijd hebben gehad voor Uitzending Gemist (kijken hoor, ook als je dat nog nooit eerder hebt gedaan. Je zult er geen spijt van krijgen, dat beloof ik!). Maar ik wil er ook niet níets over melden. Daarom, in geheel willekeurige volgorde mijn tien hoogtepunten uit BzV part I.

1. Gebreid, gepunnikte, gewhateverde schaapjes bij de brieven voor Jan. Het zegt waarschijnlijk meer over mij dan over de briefschrijfsters, maar als ik dát zou moeten doen om de aandacht van een boer (of wie dan ook) te trekken, zou ik denken: laat maar zitten.
2. Jan die van Yvon de opdracht krijgt om ‘lekker lang weg te blijven’ om daarna ‘op z’n paasbest’ te verschijnen. En dus geheel volgens boerenverwachting komt aanzetten in een sweatshirt met capuchon voor een onverwacht dinertje (detail: in een of andere bouwkeet boven de koeienstal) met zijn twee briefschrijfsters.
3. De stem van Geert. Heerlijk qua werking op de lachspieren. En ook heerlijk voor Sander van Lucky tv, lijkt me, want daar hoeft-ie dus eigenlijk helemaal niks aan te doen.
4. Deze is voor intimi… Geert die zomaar tussendoor opeens ‘hondje’ zegt.
5. Mario die had verwacht tachtig of honderdtwintig brieven te krijgen, maar er maar zestien ontvangt en aanvankelijk zijn teleurstelling daarover nauwelijks kan verbergen.
6. Mario die een fragment uit een brief voorleest. Een brief waarin, zo is duidelijk zichtbaar als de camera inzoomt, ‘innerlijk is echt belangrijk’ nog eens extra is onderstreept door de briefschrijfster. Ik zeg: Mario, beterschap voor je zelfvertrouwen!
7. Mario die een fragment uit een andere brief voorleest, maar tijdens dat voorlezen een nogal onhandige stilte laat vallen, waardoor het ongeveer zo klinkt: ‘Wat me ook raakte, was je diepvries. Maaltijden.’
8. Tulpenboer Tom en zijn matties die er moeiteloos in slagen uit de 1.808 brieven een tienkoppige blonde stoeipoezenbrigade te selecteren. Laten we massaal duimen voor een venijnige catfight tijdens de logeerweek!
9. Vaderboer Willem die bijna moet janken omdat hij ‘maar’ 56 brieven heeft en dus niet door is. Hij weet er nog net een depressief ‘da’s niet genoeg’ uit te persen voor hij zich op een stuk appeltaart stort.
10. ‘Plantjes, plantjes, plantjes.’ Objectief beschouwd niet echt een hoogtepunt, maar wel weer zo’n typisch Yvon-zinnetje waarmee ik dit ‘stukkie vol gevoelens’ mooi rond kan breien (keer twee, hah!).

Kishna

Hoe één actie van één speler zomaar enorm kan ontroeren en inspireert tot een gedicht. Dít dus.

Zijn naam leest als een fraai gedicht
Als een sprookje ver van hier
De acties ogen vederlicht
Zijn een toonbeeld van plezier

Glimlachen en kippenvel
wanneer hij z’n trucjes doet
Entertainen hoort bij zijn spel
dat zit hem in het bloed

De branie op zijn lijf geschreven
De flair met hem vergroeid
Ver boven het maaiveld verheven
waar niemand zich met hem bemoeit

Een panna bijna achteloos
Maar o zo wonderschoon
Shirtje uit, trainer boos
maar straks doet-ie het lekker weer, gewoon

Avondje wereldklasse…

image

Hoewel Ajax, op voetbalgebied, altijd mijn eerste en grootste liefde zal blijven (echt een gevalletje ‘tot de dood ons scheidt’) was ik als meisje óók fan van FC Barcelona. Tijdens een vakantie in Spanje bezocht ik destijds met mijn vader het Joan Camper-toernooi. Het stadion, het lied, die fantastische tenues… Alles was even indrukwekkend. Inmiddels is het 2014 en is er veel veranderd. Ik ben niet meer helemáál dat meisje van toen en FC Barcelona is ook zéker niet meer het FC Barcelona van toen. Om over het internationale voetbal in het algemeen maar te zwijgen.

Gisteren speelde mijn grote voetballiefde in de Champions League tegen FC Barcelona. Voor de supporters van andere Nederlandse clubs moet ik hier misschien even iets uitleggen: de Champions League is het toernooi waarin de kampioen van Nederland (al dan niet ná voorrondes) mag uitkomen. Nóg een korte uitleg, puur voor de zekerheid: de kampioen van Nederland is meestal Ajax.

Enfin, een wedstrijd tegen FC Barcelona dus. Hoewel vorig jaar nog gewonnen, is dit normaal gesproken een kwestie van Kleinduimpje tegen een heel legertje reuzen. Met bovendien stuk voor stuk ook nog eens een reusachtige bankrekening, maar dat terzijde. Desondanks had ik er wél zin in. Ach, dan zouden we ten onder gaan, maar dan toch op z’n minst strijdend en tegen een oogstrelend voetbal spelende Spaande grootmacht. Helemaal niet erg. Messi, Xavi, Neymar en natuurlijk ‘onze’ Luis Suarez. Heerlijk om dat soort spelers live te zien.

Een strijd werd het, met bij vlagen erg goed spel van ons aller Ajax. Maar mijn hemel, wat waren die ‘Spanjaarden’ irritant. Xavi die om kaarten liep te vragen, Neymar die voortdurend verongelijkt naar de – totaal zwakzinnige – Portugese scheids keek en zijn smeekbedes ook voortdurend beantwoord zag. Het maakte het er allemaal niet bepaald gemakkelijker op om mijn liefdevolle gevoelens voor Barcelona in stand te houden. Wél voor Messi en Luis. Vanzelfsprekend.

Nu, the day after, kan ik zeggen dat de (laat ik het maar alvast afzwakken tot) sympathie voor FC Barcelona bij mij ver te zoeken is. In tegenstelling tot de haatgevoelens jegens de scheids, Het Grote Geld in het mondiale voetbal en, last but zéker not least, de UEFA-maffia.
Kleine meisjes worden groot. En het voetbal groeit inmiddels totaal uit z’n voegen. Want echt, je kunt ook té groot worden.

Om te janken zo mooi

image

Op 1 juli 2013 overleed Maarten van Roozendaal. En op 21 oktober 2014 speelde Ajax in Barcelona tegen de plaatselijke FC. Twee gebeurtenissen die op het oog niets met elkaar te maken hebben, maar schijn bedriegt. Iedereen die mij een béétje kent, weet dat ik een wedstrijd van mijn cluppie niet snel (= understatement) laat schieten. Maar gisteren, 21 oktober 2014, deed ik dat wél. Waarom? Heel simpel: om Maarten.

 

Onder de gelijknamige titel kwamen in een tot de laatste plaats gevulde Kleine Komedie bevriende zangers, zangeressen en muzikanten op het podium om hun ode aan Maarten te brengen. Een ode in woord, in lied, in in elk geval ontroerende mooie momenten. ‘Als Maarten ergens binnenkwam, veranderde de wereld,’ zo verwoordde schrijver Thomas Verborgt treffend. En precies datzelfde gebeurde met de liedjes van en verhalen over Maarten; die kwamen binnen en zorgden er in elk geval voor dat míjn wereld gisterenavond heel even veranderde. Ajax was even heel ver weg (oké, toegegeven: in de pauze van deze magische avond checkte ik op m’n mobiel meteen de tussenstand, maar dat terzijde). De storm buiten bestond niet meer. Wat restte waren momenten van hevige kippenvel en betraande ogen.

 

Het bijzondere ‘VOC’-lied van Ricky Koole… Recht úit het hart en recht ín het hart! De vertolkingen van Thomas Spijkerman… Indrukwekkend treffend. Theo Nijland met zijn Maarten gaf de pijp aan mij… Precies de juiste hilarische én licht melancholische snaar. En dan alle uitvoeringen van persoonlijke favoriet Paul de Munnik… Tsja, kippenvel en tranen tegelijk. De uitsmijter, Maartens prachtige nummer (om te janken zo) Mooi in een al even prachtige uitvoering van Paul, had de avond niet beter kunnen samenvatten. Maarten mag er dan fysiek niet meer zijn, maar zijn enorme oeuvre blijft voor altijd inspireren. En om te janken zo mooi, dat vooral.

Zen-tv

Hoewel ik vorige week 36 ben geworden, ben ik nog steeds niet officieel toegetreden tot de doelgroep van omroep MAX. Misschien heb ik dan gewoon een oude ziel of zo, want er zijn een paar programma’s van deze omroep waar ik onvoorwaardelijk fan van ben. En dan bedoel ik niet alleen succesnummer Heel Holland bakt, maar vooral ook het ongeëvenaarde Bed & Breakfast. Voor wie dit nog niet kent: na het lezen van dit stukje zo snel mogelijk naar Uitzending Gemist, want je hebt echt wat… ja, gemist dus.

Even kort de spelregels van het programma: drie B&B-eigenaren slapen in elkaars onderkomen en beleven een voor de betreffende streek karakteristiek uitje met de gastheer en -vrouw van dienst. Uiteraard wordt er daarbij ook uit eten gegaan en dat gaat opvallend vaak gepaard met ‘lokale streekproducten’ (die trouwens in andere hoedanigheid ook weer van de partij zijn tijdens het ontbijt). Als alle logeerpartijtjes achter de rug zijn, moeten de gasten hun verblijf beoordelen door geld in een envelopje te stoppen; mínder, exact zo veel of méér dan de gevraagde kamerprijs. Uiteindelijk wint het stel dat het meeste geld heeft gekregen voor het verblijf in hún B&B.

Zo vlekkeloos en misschien wat saai als dit klinkt, is het echter vaak allerminst. En juist dat maakt Bed & Breakfast in mijn ogen zo hilarisch. Er dondert eens iemand in een slootje bij een ouderwetsch staaltje fierljeppen, een ietwat zweverige vrouw gaat uit principe niet mee met een georganiseerd ritje op de Solex, er worden mensen te slapen gelegd in het hooitel vlak bij de koeien (en ja, dat is waarschijnlijk precies wat je erbij voorstelt), een B&B stel heeft continu outfits in dezelfde kleurstellingen aan en een volwassen man tekent gezichtjes op de eieren die zijn gasten bij het ontbijt krijgen. En dan heb ik het nog niet eens over het gezeur vanwege ontbrekende föhns, het gebrek aan voldoende opbergplankjes en de steken onder water over de aanwezigheid van stofnesten, spinnen en ander materiaal dat een vette streep zet door het begrip brandschoon.
Kortom, mocht je nou denken: er is vrijdag nooit wat leuks op tv… Dat is er dus wél! Probeer het eens, je zult er geen spijt van krijgen.

Ondertussen bij Paulien Cornelisse

Afgelopen woensdag mocht ik voor de tweede keer dit theaterseizoen naar Paulien Cornelisse. Na de Kleine Komedie was dit keer de Leidse Schouwburg aan de beurt. Niet bepaald een straf, want taal is zeg maar echt mijn ding. Net als naar het theater gaan. En laat Paulien die twee nou op een uiterst originele manier combineren! Bovendien: het voordeel van twee keer haar dezelfde voorstelling gaan, is dat je de allergrappigste stukjes, zinnetjes en woordgrappen – die je de vorige keer op zeker zou onthouden… – nu écht in je geheugen kunt prenten. Of, oké, toegegeven: na afloop meteen in de notitie-app op je smartphone kunt opslaan.

Het irritantst van mensen die bij een bepaalde voorstelling zijn geweest, is als die mensen uitvoerig gaan vertellen hoe het was. Vooral als je zelf nog naar die betreffende voorstelling moet. Maar teasen mag natuurlijk altijd. Als het gaat om Paulien on stage kun je natuurlijk veel over taal verwachten. Denk: combinatievoorzetsels, geijkte uitdrukkingen die eigenlijk te idioot zijn voor woorden, nieuwe leestekens en ,,, En nee, dat laatste is geen typefout. Moet je zelf ook maar gaan, dan wordt het in één klap duidelijk.

Na-effect van een bezoekje aan (of een boekje van) Paulien is dat ik altijd even heel anders naar dingen kijk. Soms ook iets zeg en meteen denk: ooooo, wat zou Paulien daarvan vinden?!? Dat is na woensdag ondertussen toch alweer een aantal keer gebeurd. En dat is fijn, wat extra taalbewustheid. Bovenop een leuke voorstelling pak je dat toch maar even gratis en voor niks mee. En dat is, als echte Hollander, ook best wel mijn ding.

Het regent zonnestralen(maar nu even niet!)

Al zo lang ik mij kan herinneren, heb ik één vaste gewoonte die me helpt om te gaan met verdriet: schrijven. Meestal met een bij de gelegenheid passend cd’tje met ofwel de bedoeling me weer wat vrolijker te stemmen ofwel lekker weg te zakken in het verdriet en de melancholie. De muziek die hierbij altijd helpt, is die van Acda en De Munnik. En dat brengt ons – o, wát een toeval… – meteen bij het onderwerp van dit stukkie.
Een onderwerp waarvan ik me een kleine twee uur geleden nog niet eens realiseerde dat het überhaupt een onderwerp zou zíjn. Toen kwam ik namelijk net uit de bios en verheugde ik me erop bij thuiskomst meteen De wereld draait door te gaan inhalen omdat Thomas (voor de niet-kenners: Acda dus) en Paul (inderdaad: hij van De Munnik) te gast zouden zijn. De mannen zijn bijna twintig jaar bij elkaar, vandaar. En van die twintig jaar volgen vriendinnetje M. en ik ze toch al zeker vijftien jaar. Geen idee hoeveel concerten en shows we in al die jaren in totaal hebben gezien, maar het waren er véél. Heel véél.

En nu zit ik hier thuis, als bijna 36-jarige, met tranen in m’n ogen omdat Thomas en Paul zojuist hebben aangekondigd na de komende tournee te gaan stoppen. De muziek staat op, het eerste stukkie om alvast langzaam te wennen aan het naderende afscheid is bijna een feit, maar het verdriet wordt er voorlopig niets minder om.

‘Alles gaat voorbij, maar eerst genieten we ervan’, zongen de mannen zelf al eens. Dat genieten gaan we dan nog maar even doen. Met volle teugen. Geen idee hoeveel concerten en shows we het komende jaar nog gaan zien, maar het worden er véél. Heel véél.

Oude meester

2014-02-24 19.43.26Als de Olympische Spelen afgelopen maandag nog één avondje waren doorgegaan met, laten we zeggen, een wedstrijdje ‘treurig kijken op topniveau’, had Hans Dorrestijn ongetwijfeld de gouden plak gepakt. Op wenkbrauwlengte gevolgd door Jeroen van Merwijk, die dan dus het zilver zou hebben gewonnen, maar dat terzijde.
Dorrestijn dus, afgelopen maandag in de Kleine Komedie. Omschrijf ik de Amsterdam ArenA weleens als mijn tweede thuis, de Kleine Komedie geldt al jaren als mijn derde thuis. Het voert nét iets te ver om te beweren dat die toko er enkel en alleen nog staat door mijn bijdrage (in de vorm van tientallen kaartjes voor cabaretvoorstellingen per seizoen), maar er zít een aanzienlijke hoeveelheid geld van mij in, da’s een feit. De meeste voorstellingen zijn elke eurocent waard en dat gold maandag ook zeker voor Hans Dorrestijn. Man, man, man, wat is die man onderkoeld grappig en bij vlagen ontroerend aandoenlijk. Met zijn 73 jaar is hij stiekem nog steeds wel één van mijn favorieten. En dat is echt niet alleen omdat vriendinnetje M. en ik bij hem tenminste nog zo’n beetje de jongsten zijn in het publiek…

Over de voorstelling zelf ga ik natuurlijk niks verklappen. Die man verdient volle zalen, dus zeg ik alleen maar: ‘Komt dat zien!’ Maar één fragment wil ik jullie toch niet onthouden, al was het alleen maar omdat ik werd genoemd. Of, nou ja, mijn vóórnaam in elk geval. De setting (niet qua decor, maar op z’n Dorrestijns van een papiertje opgelezen) was een café en het ging ongeveer zo: ‘Of je te dik bent, Ilona? Welnee, hoe kóm je erbij?! Er zijn maar twee mooie vrouwen in dit café en dat ben jij!’ Technisch en theoretisch gezien natuurlijk een belediging van heb ik jou daar. Maar een man die zichzelf en public zó durft bloot te geven, vergeef ik dat onmiddellijk. Sterker nog: hup, nóg een gouden plak voor deze oude meester van de melancholie!

Geloof en bijgeloof

2014-02-16 16.28.02

Sommige mensen (of misschien best veel mensen, dat durf ik eigenlijk niet te zeggen) gaan op zondag naar de kerk. Ik ga naar Ajax. Of kijk met de vaste clan bij mij thuis in het geval van een uitwedstrijd. Zo op het eerste gezicht twee totaal verschillende bezigheden, maar gek genoeg zie ik ook wel wat overeenkomsten.

Ten eerste is daar het geloof in een God. De Griekse God Ajax dus, in mijn geval. Of ras-Amsterdammer JC. Want laten we wel wezen: het is natuurlijk geen toeval dat Johan Cruijff dezelfde initialen heeft als een zekere heilige. We komen allen tezamen om deze God te aanbidden met liederen. En doen tussendoor vaak de nodige schietgebedjes, hopend op een goede afloop.
Dan zijn er de rituelen. Hoe die er in een kerk precies uitzien, weet ik niet, maar in het stadion voer ik ze als volgt uit: voor de wedstrijd ga ik naar het toilet. Altijd hetzelfde toilet. Wat dus inhoudt dat ik even wacht als dat bezet is, ook al zijn de negen andere toiletten gewoon beschikbaar. En ja, dat zorgt weleens voor meewarige blikken. Of ik nou wel of niet moet, doet trouwens niet terzake. Als ik níet ga, komen we sowieso in de problemen. De kleding die ik draag, is ook altijd hetzelfde. Tenzij we de vorige keer hebben verloren. Dan is de kans groot dat dat aan een bepaald kledingstuk ligt en laat ik dat dus een volgende keer thuis.
En dan begint de wedstrijd en het bijbehorende vloeken. Meestal negentig minuten lang, in onvervalst Amsterdams. En dan ben ík nog een stuk milder dan de vaste Ajax-kliek om me heen (hè, pa en Ger…). Toegegeven: hier zie ik een verschilletje met hoe het er naar alle waarschijnlijkheid in een kerk aan toe gaat. Maar goed, laten we zeggen dat lekker ‘seiken’ en tóch blijven gaan tot de dood ons scheidt bij óns geloof hoort.

Spelen we uit, dan komt daar een iets ander rijtje ‘vaste bezigheden vooraf’ – a.k.a. ‘bijgeloof’ – bij kijken. Ik trek m’n vaste ‘Ajax speelt uit’-kloffie aan, de zwarte Ajax-vlag wordt uitgehangen op het balkon (tenzij we de vorige uitwedstrijd níet hebben gewonnen; dan wordt het de rode) en de stoeltjes worden klaargezet, zodat iedereen z’n vaste plek kan innemen. Qua vloeken verloopt de wedstrijd vervolgens vrijwel identiek als wanneer die in het stadion plaatsvindt.

Hoe ik er na afloop van zo’n wedstrijd, uit of thuis, aan toe ben, verschilt per keer. Bij verlies of een gelijkspel meestal toch behoorlijk chagrijnig. Gelukkig volgen mijn collega’s teletekst en weten ze the morning after precies hoe ze me moeten behandelen. En gelukkig valt het met dat chagrijn procentueel reuze mee. Mijn geloof in Ajax is eindeloos en dat betaalt zich meestal wel uit!